Tijdens een recente reis in Marokko vertelde een vrouw me iets wat me niet meer losliet: “Ik neem me elke dag voor om 20 meter om me heen vriendelijkheid te verspreiden. Als iedereen dat doet, wordt de wereld een mooiere plek.”
Vanochtend, om 8.00 uur, bij de apotheek. De assistente loopt zichtbaar geïrriteerd weg om nogmaals de huisarts te bellen. Ik was blijkbaar onduidelijk geweest over mijn herhaalrecept.
Ik voel de spanning in mijn lijf, en mijn gedachten schieten alle kanten op: Hoe durft ze? Ik verdien betere service! Op het punt om iets te zeggen, herinner ik me de 20-meter-regel.
“Sorry voor mijn verwarring,” zeg ik met een glimlach.
Even later komt ze terug met mijn medicijnen, lacht vriendelijk en wenst me een mooie dag.
Het is fijn dat ze vriendelijk terugdeed, maar dat is niet het doel. Het is een bijwerking. Want als achter vriendelijkheid een verwachting schuilt, ik ben aardig, dus jij moet dat ook zijn, dan gaat het eigenlijk over eigenbelang. De regel gaat over verbinding maken, radicale menselijkheid in plaats van mensen automatisch af te wijzen. En dat is precies het medicijn dat deze wereld, vol oorlog en haat, nodig heeft.